Schaamte: wanneer jezelf laten zien niet meer vanzelfsprekend voelt

Schaamte is iets waar we liever niet over praten, maar het heeft wel grote invloed op hoe we onszelf en anderen zien. We kennen allemaal wel de alledaagse schaamte, zoals struikelen in het openbaar, iets doms zeggen of een fout maken. Vervelend, maar het gaat weer voorbij. Er bestaat ook een chronische vorm van schaamte, een gevoel van ‘er is iets mis met mij’, dat zo vanzelfsprekend is geworden dat je het nauwelijks nog als schaamte herkent. Het vormt de achtergrond waartegen je jezelf en anderen beleeft.

Schaamte uit zich in het lichaam

Schaamte speelt zich niet alleen af in gedachten. Het uit zich ook lichamelijk. Misschien herken je dat je adem inhoudt wanneer iemand je een persoonlijke vraag stelt. Dat je schouders zich aanspannen wanneer de aandacht op jou valt. Dat je veel glimlacht terwijl je iets anders voelt, of dat je na een gesprek merkt dat je vooral bezig was de ander op zijn gemak te stellen.

Het zenuwstelsel probeert onbewust risico te vermijden. Wanneer zichtbaar zijn ooit verbonden was met afwijzing of pijn, kan terugtrekken de veiligste strategie worden. Je laat minder van jezelf zien, je deelt niet wat je werkelijk raakt, en van buitenaf lijk je misschien rustig of meegaand, terwijl er van binnen juist veel spanning aanwezig is.

Schaamte ontstaat in relatie

Niemand wordt geboren met het gevoel niet goed genoeg te zijn. Ons zelfbeeld ontstaat in contact met de mensen om ons heen. Wanneer een kind zich gezien en veilig voelt, ontwikkelt het vertrouwen dat het mag bestaan zoals het is. Maar als gevoelens steeds worden genegeerd of bekritiseerd, leert het iets anders. Voor een kind is het nauwelijks mogelijk te denken dat zijn ouders hem niet konden geven wat hij nodig had. Daarvoor is de afhankelijkheid te groot. Veel veiliger is de onbewuste conclusie dat er dan wel iets mis moet zijn met hemzelf. Door die schuld op zichzelf te nemen, blijft het beeld van een liefdevolle ouder intact en daarmee ook de hoop dat verbinding toch nog mogelijk is.

Schaamte wordt zo een overlevingsmechanisme, een intelligente aanpassing. Je past je aan door jezelf onzichtbaar te maken, ook wanneer je er uiterlijk gewoon bij bent.

De paradox van verbinding

Het pijnlijke aan schaamte is dat zij precies datgene ondermijnt waar we het meest naar verlangen, namelijk verbondenheid. We verlangen ernaar gezien te worden zoals we werkelijk zijn. Tegelijkertijd vrezen we dat, zodra iemand ons echt leert kennen, afwijzing onvermijdelijk is. Daardoor zoeken we nabijheid maar beschermen we ons tegelijkertijd tegen de kwetsbaarheid die daarvoor nodig is, soms door perfectionisme, soms door jezelf weg te cijferen, soms door altijd sterk te zijn of juist door afstand te houden.

Binnen NARM, het Neuro Affective Relational Model van Laurence Heller, wordt schaamte niet gezien als een vaststaand gevoel of een waarheid over wie je bent. Het is iets wat je doet, een patroon dat ooit diende om verbinding of veiligheid te bewaren. Werken met schaamte vraagt niet om harder aan jezelf te werken, maar om zachter te leren kijken naar de manieren waarop je jezelf bent gaan beschermen. Door nieuwsgierig te worden naar hoe schaamte jouw zelfbeeld, je relaties en je lichaam heeft gevormd, kun je de greep ervan langzaam loslaten, waardoor het onzichtbare weer zichtbaar mag worden.

Bron: Healing shame and guilt, geschreven door Laurence Heller en Stephan Niederwieser